Sorry dat ik je doodziek noemde, de laatste keer dat wij elkaar zagen. Grapje maken over geelzucht was niet leuk. Maar ik was boos, nadat je mij vertelde dat je mij moest ontslaan. Ik voelde de grond onder mij wegzakken. Snap je dan niet dat dit einde carrière is? Snap je niet dat niemand, maar dan ook niemand mij zal aannemen als hoofdcoach? Want ik kan niks. Dat weet jij zelf nu ook. Alsjeblieft, neem mij terug. Laat mij nog een paar wedstrijdjes op de bank zitten en hopen op wat punten. Dat geeft mij aanzien. Want met de huidige staat van dienst kom ik nergens meer aan de bak. En ik wil niet opnieuw de anus likken van Huub Stevens. Tuurlijk, dan ben ik wel over een half jaar assistent-trainer bij PSV, maar ik wil op eigen benen staan. Hoofdcoach zijn. Zonder jou Martin, uhm meneer Van Geel, kan ik het vergeten. Dus alsjeblieft, lieve man, neem mij terug. Laat mij niet smeken… Had ik je al verteld dat ik je nieuwe bril zo leuk vind?
Kus en knuffel,
jouw Raymond
Filed under: Brieven | getagged: arbitragezaak, Martin van Geel, ontslag, Raymond Atteveld, Roda JC
